Mark Tobey, ZEN in Groningen

door Inge van den Thillart Rubriek: Tentoonstelling

Sinds een kleine twee jaar is het Groninger Museum in het rijke bezit van een achttal spirituele litho’s van Mark Tobey. Als geen ander wist Tobey Oost en West te verbinden. In zijn werk verbond hij rationeel tegengestelde begrippen zoals leegte met volheid en complexiteit met eenvoud. Als een Zen-meester die buiten alle westerse logica om antwoorden op raadselachtige koans gaf.

In het najaar van 2014 was in het Groninger Museum een kleine maar fraaie tentoonstelling te zien van werken uit de nalatenschap van Jan Bouman. In deze expositie werden ook twee litho’s getoond van de Amerikaanse kunstenaar Mark Tobey (Centerville, Wisconsin, 1890 - Basel, 1976). Uit navraag bij de conservator moderne kunst, Ruud Schenk, bleek de totale collectie van Bouman dertien litho’s van Tobey te bevatten. Elf daarvan liet Jan Bouman aan het museum na. Als ik wilde, bood Schenk aan, kon ik deze in het depot komen bekijken en zien of het de moeite waard was om er een artikel aan te wijden.
Dit was niet tegen dovemansoren gezegd. Mark Tobey is een bijzondere kunstenaar. En een kans om zijn werken in het depot van het museum in het echt te zien, laat je uiteraard niet liggen!

MARK TOBEY IN DE COLLECTIE VAN JAN BOUMAN

In de zomer van 2013 overleed op 84-jarige leeftijd de Groningse kunstverzamelaar Jan Bouman. Jan Bouman liet nagenoeg zijn gehele collectie na aan het Groninger Museum, met wie hij al jarenlang goede contacten onderhield.

Het uitgangspunt bij het samenstellen van zijn verzameling was het kopen van betaalbare nieuwe kunst. Zijn collectie bevat naast schilderijen, tekeningen en sculpturen veel grafiek, dat in verhouding goedkoper is dan unieke werken.
De grafiek in de collectie is deels abstract en deels expressionistisch. Naast de litho’s van Tobey, zitten er werken tussen van Amerikaanse kunstenaars als Robert Motherwell en Robert Rauschenberg; Franse kunstenaars als Pierre Soulages en Alfred Manessier; de Spaanse kunstenaar Antoni Tapiès en de Duitse kunstenaar A.R. Penck.
Mark Tobey was de favoriete kunstenaar van Jan Bouman. De prenten in zijn collectie dateren uit de periode 1966 tot 1975. Bouman kocht ‘zijn’ eerste Tobeys in 1976 bij Galerie Suzanne Egloff in Bazel. In 1978 verwierf hij meerdere prenten bij Galerie Beyeler in Bazel, bij Galerie Orangerie in Keulen en bij Petersberg Press Ltd, Londen. In 1986 kocht hij nog een werk bij Galerie Beyeler en weer tien jaar later, in 1997 twee werken bij Christie’s. De aankoopprijs van de werken varieerde tussen fl.300 en fl.4100.
Over zijn eerste aankoop en daarop volgende zoektocht schreef Jan Bouman zelf het volgende:
“Bij een galerie in Bazel kwam ik een litho van Mark Tobey tegen, een van oorsprong Amerikaan, die veel in China geweest is en daarna in Zwitserland terechtgekomen. Ik was in Bazel voor een congres, maar gedurende mijn hele verblijf bleef Tobey door mijn hoofd spelen. Ik kocht het, een litho naar een sumi (penseeltekening). Het gevolg was jaren zoeken naar meer werk van Tobey. Ik heb busreizen gemaakt omdat iemand zei dat die en die galerie Tobey’s had. De bewuste galeriehouder was met vakantie. Het jaar erop er weer op af. De man was er wel, maar geen Tobey’s. Uiteindelijk was er een galeriehouder op de beurs in Bazel bereid na te gaan of er meer van dergelijke sumi–litho’s bestonden die in Zwitserland gedrukt waren. Ik had er inmiddels al vijf. Ik stuurde hem foto’s van mijn exemplaren. Hij schreef terug dat ik ze allemaal al bezat.”

DE KUNST VAN MARK TOBEY

Mark Tobey was beeldend kunstenaar, dichter, componist en docent. Hij verwierf vooral bekendheid als beeldend kunstenaar en als inspirator voor studenten en andere kunstenaars. In deze ‘rollen’ komt Tobey op mij over als een serieus, innemend mens met een zeer brede belangstelling en sterk filosofisch spirituele inborst. Dit is het beeld dat bij mij ontstaat als ik kijk naar zijn beeldende werk en enkele artikelen daarover lees of naar commentaren daarop luister. Op You Tube is interessant filmmateriaal over Tobey te vinden. Naast enkele korte video’s van galerie Moeller in Berlijn, die zijn werk voert, is er een zeer interessante film over de North West School en Seattle, waar Tobey een groot deel van zijn leven als kunstenaar en docent doorbracht.

Via dat laatste kanaal stuit ik op twee korte fragmenten uit films die Robert Gardner over Mark Tobey maakte. In deze fragmenten wordt er plotseling een heel andere, namelijk een grappige, surrealistische zijde van Tobey belicht. Door deze onverwachte wending en mijn fascinatie voor zijn werk, besluit ik de films aan te schaffen: Mark Tobey (1952) en Mark Tobey abroad (1973).
In deze films komt niet alleen zijn beeldende werk aan de orde, maar worden ook zijn composities en gedichten voor het voetlicht gebracht. De composities die hij eind jaren dertig begint te maken, hoor je hem in deze films zelf op de piano uitvoeren. Deze werken zijn geïnspireerd op geluiden uit de omgeving - een markt, de buurt waar hij woont - waar je Tobey in de film ziet wandelen en waar hij al lopend zijn gedichten of dichtregels reciteert. Het is niet helemaal duidelijk of het volledige werken of fragmenten zijn, maar het doet denken aan losse gedachten die bij iemand kunnen opborrelen als hij zomaar wat mijmert. Tamelijk filosofisch en reflectief zoals ‘schilder ik omdat ik kunstenaar ben’ of ‘ben ik kunstenaar omdat ik schilder’.

Het lopend reciteren van de zinnen doet me denken aan Kinhin, de lopende vorm van meditatie uit het Zen-boeddhisme. De zinnen zelf herinneren me aan Zen-Koans: raadsels die door middel van rationeel denken niet oplosbaar zijn.
De muziekcomposities van Tobey uit de film klinken als achtergrondgeluiden en geroezemoes. Op de markt, in een café. Het zijn geluiden die steeds veranderen, maar samen één totaal vormen en een sfeer of beeld schetsen van een plek waar ze als het ware bijeen blijven hangen. En daarmee vorm krijgen. Zoals een zwerm spreeuwen in de lucht.
In deze zin zijn de composities van Tobey ook zeker verwant aan het beeldend werk waar hij zo beroemd mee is geworden: zijn White Writings. In 1944 toont de Willard Gallery in New York voor de eerste maal deze ‘White Writings’. Dit betekent de artistieke doorbraak voor Tobey.

De White Writings zijn werken die bestaan uit een web van fijne, hele kleine vormpjes en lijntjes in een lichte heldere kleur op een lichte, nagenoeg witte of juist donkere achtergrond. Samen vormen deze lijnen een vibrerende over-all structuur. Naar zeggen van Tobey zelf zijn ze geïnspireerd op de bewegingen van een vlieg. De vele bewegingen samen lijken tot één geheel en daarmee tot vorm te transformeren. In zijn White Writings heft Tobey zo de schijnbare tegenstelling tussen stilstand en beweging op en maakt daarmee een van de kernideeën van ZEN zichtbaar. 

ABSTRACT EXPRESSIONISME EN ZEN

Tobey wordt gezien als een van de belangrijkste voorlopers van het Amerikaans abstract expressionisme. Ogenschijnlijk vertoont het abstract expressionisme overeenkomsten met ZEN kunst. Maar zowel door galeriehouders als wetenschappers wordt benadrukt, dat er grote verschillen zijn die vooral te maken hebben met de intentie waarmee de werken tot stand komen.

In haar proefschrift ‘Zen in de fifties’ komt Heleen Westgeest tot de conclusie, dat waar het de abstract expressionisten het materiaal, de verf, gebruiken als uitdrukkingsvorm voor het ego, het er bij de ZEN kunsten juist om gaat dat ego uit te schakelen. Wat volgens haar Zenkunsten als Sumi-e, inktschilderingen, Shō, kalligrafie, met elkaar verbindt, is de eenvoud in materiaalkeuze en manier van werken van waaruit een heel sterk, dynamisch beeld ontstaat.

Volgens Westgeest is het niet goed mogelijk om precies te definiëren wat Zen inhoudt, maar is het wel mogelijk om voor Zenkunst duidelijk herkenbare karakteristieken te onderscheiden. Deze karakteristieken vindt zij terug in werken van bijvoorbeeld John Cage, Pierre Alechinsky, Yves Klein en Mark Tobey.
Rond de jaarwisseling van 2013 en 2014 vindt in Galerie Moeller Fine Art in Berlijn onder de titel Between East And West een expositie plaats van vijftien werken van Tobey uit de jaren 1945-1974. Bij de opening wordt een introductie op de werken verzorgd door Alessia Stilli. Net als Westgeest benadrukt ook zij dat de ideeën en intentie achter Tobey’s werk wezenlijk verschillen van die van het abstract expressionisme. Net als bij Mondriaan, Kandinsky en Klee, zo zegt zij, ligt de hoogste vorm van werkelijkheid voor Tobey niet in het materiele, maar in het spirituele.

Aan Tobey’s werken die op het eerste gezicht volkomen abstract lijken, blijkt volgens Stilli bij nader inzien een natuurlijke wereld ten grondslag te liggen. Zoals bijvoorbeeld bij de White Writings de al genoemde bewegingen van een vlieg. Zoals Tobey zelf zei: "When we can find the abstract in nature we find the deepest art."

THE NORTHWEST SCHOOL: NATUUR EN SPIRITUALITEIT

In 1918 bekeert Tobey zich tot het, van oorsprong Perzische geloof, Bahá’í. Deze bekering heeft een grote impact op zijn leven en zijn kunst. In de daaropvolgende jaren verdiept hij zich in werken uit de Arabische literatuur en de Oost-Aziatische filosofie. Dit leidt ertoe dat hij de vertegenwoordiging van het spirituele in zijn kunst gaat onderzoeken. Voor Tobey wordt het maken van kunst een streven naar expressie van bezieling.

Tobey’s liefde voor het spirituele en voor de natuur, komt tot volle wasdom als hij in 1922 voor een baan als docent beeldende kunst verhuist naar Seattle, in het Noordwesten van Amerika. Samen met drie bevriende kunstenaars, Guy Anderson, Kenneth Callahan en Morris Graves, legt hij de basis voor wat later bekend wordt als de Northwest School. Deze ‘big four’ zelf zijn echter altijd blijven ontkennen dat sprake was van een school of kunstbeweging. Zij kenden elkaar gewoon goed, trokken veel met elkaar op en werkten samen in de natuur.

De natuur in de streek van Seattle was overweldigend mooi en puur. De enige kunst die tot dan toe uit deze hoek van Amerika bekend was, was de kunst van de Indianen. Tobey en zijn vrienden waren op zoek naar een nieuwe en onderscheidende beeldtaal. Ze legden zich toe op schilderen, beeldhouwen, tekenen, grafiek en fotografie. Ze streefden er naar om in hun werken uitdrukking te geven aan de natuurlijke elementen en de mystieke ervaringen van het nog onaangetaste landschap.
In 1923 ontmoet Tobey Teng Kuei, een jonge Chinese kunstenaar die hem de technieken en de filosofie van de Chinese kalligrafie leert. Dit heeft een blijvende invloed op Tobey’s werk. 

MarkTobey_ZonderTitel,ongedateerd_CollecieGM_fotoMartenDeLeeuw.jpg

Mark Tobey, zonder titel, 44x54,5cm, lithografie, ongedateerd / Collectie Groninger Museum, foto: Marten de Leeuw

REIZEN, TENTOONSTELLINGEN EN SUMI-E

Naast Oost Aziatische schilderingen en kalligrafie is Tobey zeer geïnteresseerd in het Europese kubisme. In 1925 reist hij naar Europa. Hij verblijft enige maanden in Parijs en bezoekt Barcelona, Athene, Istanbul en Beirut. Ook gaat hij op pelgrimstocht naar de heilige plek Bahá'í in Haifa en bezoekt Akka, om meer te leren over Perzische en Arabische kalligrafie.

In 1928 krijgt Tobey in Chicago zijn eerste solo-expositie. Van 1930 tot 1938 woont en werkt Tobey in Engeland. In deze periode maakt hij reizen naar onder meer China en Japan. In China bezoekt hij zijn vriend Teng en verblijft tenslotte een maand in Japan in een Zen-klooster in Kyoto, waar hij kalligrafie, schilderen en poëzie (Hai-Ku) studeert.
Vanwege de veranderende politieke situatie in Europa keert Tobey in 1938 terug naar Seattle. Nadat in 1944 de Willard Gallery in New York zijn ‘White Writing’ laat zien, neemt hij deel aan talloze grote exposities en krijgt zowel binnen als buiten de VS solo exposities. In 1948 vertegenwoordigt hij de VS op de Biënnale van Venetië.

Opnieuw geïnspireerd door de kunst uit het verre oosten, legt Tobey zich in 1957 toe op het schilderen met zwarte sumi inkt. In plaats van de werken met de vele kleine deeltjes, kiest hij nu voor het directe grote gebaar. Hoe ogenschijnlijk verschillend van elkaar dan ook: het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Beide spirituele meditatieve handelingen. Waar hij in zijn White Writings met geduld en precisie een veelheid van bewegingen transformeert tot één zinderende vorm, zet hij in zijn Sumi-e in één meditatieve beweging van opperste concentratie de beweging als vorm op papier.

In 1959 en 1964 neemt hij deel aan Documenta 2 en 3 in Kassel. In 1961 is hij de eerste Amerikaanse schilder die wordt geëerd met een solotentoonstelling in het Musée des Arts Décoratifs in Parijs.
In 1960 vestigt Tobey zich in Basel, waar hij tot aan zijn dood op 24 april 1976 blijft wonen.
Het Groninger museum en wij als bezoekers, mogen ons gelukkig prijzen met de nalatenschap van de Jan Bouman!

Afbeelding op de achtergrond:
Detail uit een werk van Mark Tobey, 'Z.T.', 44 x 54,5 cm, lithografie, 1970 / Collectie Groninger Museum.
Foto: Marten de Leeuw