Nieuw en creatief: de moderne Japanse prent, 1904-1956

door Inge Klompmakers Rubriek:

Japan is een land met een rijke prenttraditie. Wereldwijd zijn Japanse houtsnedes uit de achttiende en negentiende eeuw geliefde verzamelaarsobjecten. Moderne en contemporaine prenten zijn echter minder bekend en in deze bijdrage wil ik kort de ontwikkeling schetsen van de Japanse prentkunst in de eerste helft van de twintigste eeuw. Interessant is de rol die westerse kunstenaars in deze ontwikkeling hebben vervuld.

Na de openstelling van de grenzen van Japan in 1854 voor buitenlandse handel en de interesse voor alles wat westers was, nam ook de belangstelling voor westerse kunst toe. Japanse kunstenaars reisden naar Europa en Amerika, waar zij les namen aan de kunstacademies en de lokale musea en galeries bezochten om werk van oude en nieuwe meesters te bestuderen. Tegelijkertijd werd in Japan een infrastructuur voor de kunstwereld ingericht naar westers model: er kwamen kunstacademies, nationale musea en vanaf 1907 ook een nationale overheidstentoonstelling.
Shin hanga - Nieuwe prentkunst

Gemakshalve wordt de moderne Japanse prentkunst van begin twintigste eeuw veelal onderverdeeld in twee stromingen: de zogeheten Shin hanga (‘Nieuwe prentkunst’) en de Sōsaku hanga (‘Creatieve prentkunst’). De prenten uit de achttiende en negentiende eeuw zijn bekend onder de naam Ukiyo-e, hetgeen zoveel betekent als ‘plaatjes van de vlietende wereld’. Het is een term die verwijst naar de vluchtige wereld van vertier en amusement die in de prenten werd afgebeeld.

Fig1_Klompmakers.jpg← Fritz Capelari, Op weg naar huis in de regen, 1915, houtsnede, uitgever: Watanabe Shōzaburō. Collectie Arthur M. Sackler Gallery, Smithsonian Institution, Robert O. Muller collectie, S2003.8.75.

Rond 1900 waren deze Ukiyo-e prenten populair in Europa en Amerika en Japanse uitgevers speelden op deze fascinatie in door het aanbieden van hoge kwaliteit reproducties. Eén van die uitgevers was Watanabe Shōzaburō (1885-1965), die in 1906 zijn eigen kunsthandel begon. Naast de verkoop van reproductieprenten, zette hij ook opdrachten voor nieuwe ontwerpen uit bij contemporaine ontwerpers. Watanabe geloofde dat het mogelijk was om innovatieve en moderne prenten te maken in het traditionele samenwerkingsmodel van uitgever, ontwerper, houtbloksnijder en drukker, zoals dat ook bij de Ukiyo-e prentkunst het geval was geweest. Watanabe ging actief op zoek naar kunstenaars met wie hij zijn idealen kon verwezenlijken: prenten maken die appelleerden aan traditie, maar hun eigen karakter hadden.
In de lente van 1915 zag Watanabe op een tentoonstelling in een warenhuis in Tokyo aquarellen van de Oostenrijkse kunstenaar Fritz Capelari (1884-1950). Hij was onder de indruk van de werken van Capelari, die zich in Wenen al met prentproductie had beziggehouden en ook geïnteresseerd was in Ukiyo-e. Watanabe nodigde Capelari uit om met hem samen te werken. Met de snijders en drukkers in het atelier van Watanabe werkte deze vervolgens aan prentversies van zijn aquarellen.

Watanabe liet de Capelari prenten zien aan Hashiguchi Goyō (1880-1921), een kunstenaar die net als Watanabe het collectieve aspect hoog achtte. En nog in hetzelfde jaar maakte Goyō voor Watanabe de prent Vrouw bij het bad (1915), welke - met de Capelari prenten - gezien kan worden als de eerste aanzet tot de Nieuwe prentkunst of Shin hanga, die Watanabe voor ogen had.
Tot in de jaren twintig werkte Watanabe ook met andere buitenlandse kunstenaars zoals Charles Bartlett (1860-1940) en Elizabeth Keith (1887-1956). Hun werk betrof exotische weergaves van Japan die aansloten bij het beeld dat in het buitenland van Japan bestond. Watanabe wilde een moderne esthethiek creëren die zowel een Japans als een buitenlands publiek aansprak en hij kwam daarbij uit op de klassieke Ukiyo-e genres van landschappen, mooie vrouwen, acteurs van het Kabuki-theater en natuurprenten (‘bloem-vogel-plaatjes’). Deze ‘formule’ zou ook door andere uitgevers gekopieerd gaan worden.

Fig2_Klompmakers.jpg→ Kawase Hasui, Blijvende sneeuw bij Urayasu, 1932, houtsnede. Collectie Nihon no Hanga, Amsterdam.

Twee Japanse kunstenaars met wie Watanabe tijdens zijn carrière veelvuldig samenwerkte, waren Itō Shinsui (1898-1972) en Kawase Hasui (1883-1957). De eerste werd vooral bekend om zijn afbeeldingen van mooie vrouwen en de laatste vanwege zijn vele landschappen.

Gedurende een kortere periode werkte Watanabe ook met Yoshida Hiroshi (1876-1950), een kunstenaar die net als Goyō graag zelf het volledige artistieke proces wilde overzien. Yoshida, geliefd vanwege zijn landschappen, speelde een belangrijke rol bij de introductie van Shin hanga prenten buiten Japan. Hij was namelijk nauw betrokken bij de twee moderne Japanse prenttentoonstellingen in het Toledo Museum of Art in Toledo (Ohio) in 1930 en 1936, waarvan zijn pupil Dorothy Blair de conservator was. Door deze twee tentoonstellingen nam de bekendheid van Shin hanga in de Verenigde Staten een grote vlucht.
Sōsaku hanga – Creatieve prentkunst
De tweede dominante stroming in de moderne Japanse prentkunst is bekend onder de naam Sōsaku hanga of Creatieve prentkunst. De Sōsaku hanga stroming kenmerkt zich doordat prentkunstenaars – naar westers voorbeeld - zelf volledige zeggenschap wilden hebben over alle aspecten van het creatieve proces in plaats van de uitgever, zoals bij Shin hanga het geval was (en daarvoor bij de Ukiyo-e prentkunst). Sōsaku hanga prentkunstenaars gingen zelf hun houtblokken snijden en zelf hun prenten drukken. Een nieuw artistiek bewustzijn ontstond, waarin ideeën ten aanzien van individualiteit en zelfexpressie een belangrijke rol speelden.

Fig3_Klompmakers.jpg← Yamamoto Kanae, Vrouw uit Bretagne, 1920, houtsnede. Collectie Nihon no Hanga, Amsterdam.

De eerste creatieve prent wordt toegeschreven aan Yamamoto Kanae (1882-1946), die in 1904 een houtsnede maakte met de afbeelding van een visser. De kunstenaar en kunstcriticus Ishii Hakutei (1882-1958) omschreef Yamamoto als iemand die zijn beitel had gebruikt zoals een schilder zijn penseel. Yamamoto haalde inspiratie uit afbeeldingen in Duitse tijdschriften als Pan, Simplicissimus en Jugend en zoals vele Japanse kunstenaars ging ook Yamamoto naar Europa voor studie. Hij verbleef enige tijd in Bretagne en maakte daar de eerste schetsen voor Vrouw uit Bretagne (1920), een prent die hij in Japan zou voltooien.

 

Fig4_Klompmakers.jpg

→ Koizumi Kishio, De Mitsui bank en het Mitsukoshi warenhuis, uit de serie “Honderd afbeeldingen van groot Tokyo in de Shōwa periode”, 1929, houtsnede. Collectie Nihon no Hanga, Amsterdam.

Daar waar Shin hanga veelal het traditionele Japan laat zien in tijdloze, neutrale beelden, toont Sōsaku hanga het moderne en contemporaine Japan. Een mooie serie is die van Koizumi Kishio, Honderd afbeeldingen van groot Tokyo in de Shōwa periode (Shōwa dai Tokyo hyakuzue), waarin hij in de jaren twintig en dertig het nieuwe Tokyo van na de grote aardbeving van 1923 liet zien.

De periode gedurende de Tweede Wereldoorlog was begrijpelijkerwijs moeizaam voor prentkunstenaars, temeer omdat toegang tot papier en andere materialen gecontroleerd en gelimiteerd werd door de overheid. Toch werden er in deze periode prenten uitgegeven en tentoongesteld.


Na de tweede wereldoorlog kochten Amerikaanse soldaten en ambtenaren die vanwege de gealliëerde bezetting (1945-52) in Japan verbleven, in groten getale Japanse prenten als souvenir en zij gaven Shin hanga en Sōsaku hanga een grotere bekendheid buiten Japan. Vanaf de jaren vijftig brak een nieuwe periode aan in de Japanse kunstgeschiedenis, toen Japan voor het eerst na afloop van de oorlog deelnam aan internationale kunsttentoonstellingen. Op de biënnale van Sao Paolo in 1951 ontving Saitō Kiyoshi (1907-1997) een prijs voor zijn werk en een paar jaar later viel die eer te beurt aan prentkunstenaar Munakata Shikō (1903-1975). Hij won prijzen op de biënnale van Sao Paolo in 1955 en die van Venetië in 1956.

Bij nadere beschouwing, zeker van de prentkunst in de beginjaren van de twintigste eeuw, is het duidelijk dat er ook een zekere overlap bestaat tussen de Shin hanga en Sōsaku hanga prentkunst. We moeten voorzichtig zijn de moderne Japanse prentkunst niet te polariseren tot uitsluitend Shin hanga en Sōsaku hanga. Sommige kunstenaars zijn namelijk in geen van beide categorieën onder te brengen. En het kwam voor dat Sōsaku hanga prentkunstenaars hun snij- en drukwerk wel degelijk door derden lieten uitvoeren. Verder waren er kunstenaars die - hoewel zij met Shin hanga geassocieerd worden - graag zelf de controle wilden hebben over het gehele artistieke proces in plaats van de uitgever.

Tot slot. In Nederland worden moderne Japanse prenten al circa dertig jaar actief verzameld door liefhebbers, met name Shin hanga, maar de laatste jaren is er ook een groeiende belangstelling voor Sōsaku hanga. En sinds 2009 is in Amsterdam het particuliere museum Nihon no Hanga gevestigd (www.nihon-no-hanga.nl). Dit museum is geheel gewijd aan de moderne Japanse prentkunst van circa 1910 tot 1960. Met een collectie van meer dan 2000 prenten bezit het museum momenteel de grootste collectie moderne prentkunst buiten Japan en binnen de museummuren van het zeventiende-eeuwse pand op de Keizersgracht, waan je je zo maar in het Tokyo van de jaren twintig en dertig.

Inge Klompmakers (Japanologe en kunsthistorica) is als uitgever verantwoordelijk voor het Japanse kunstprogramma van wetenschappelijke uitgeverij Brill. Onder de naam Yoyogi Park organiseert Klompmakers lezingen en evenementen op het gebied van Japanse kunst.